
Wat voor Rome een jubeljaar heette, 2000, werd zijn annus horribilis. Hij leerde zijn leven herbekijken vanuit een rolstoel. Sedertdien loopt hij weer rechtop en heeft het drukker dan voorheen. Maar als schepen in Lier, als leraar en als zichzelf waakt hij over evenwicht.
‘In 2000 was ik 45. Door een operatie aan mijn heupen moest ik blijven zitten in een rolstoel. Maanden in de kliniek, revalideren én de vrees om niet meer te kunnen stappen. Beseffen dat mijn leven eindig was. Tot dan toe dacht ik dat mijn leven oneindig zou duren. Nu bleek het beperkt te zijn.’
Waardoor je besloot om intenser te leven?
‘ Om alvast bewuster te kiezen waarvoor ik tijd maak en waarvoor ik geen tijd maak. In de voorbije maand maakte ik 17 recepties mee en het stadsbestuur vond voor mij nu een elektronische agenda uit waardoor men kan zien wanneer ik nog vrij ben. Zo dreigt een mens geleefd te worden. Vroeger had ik een eigen, kleine agendaatje waarin ik zélf schreef en zag of iets er nog bij kon.’
Maar het geeft u ook een kick schepen te zijn van ruimtelijke ordening, stedenbouw, patrimonium, monumentenzorg, musea en toerisme.
‘ Dat zegt mijn vrouw ook. Tegelijk voel ik mij ook rentmeester van een aantal dingen die ik zo goed mogelijk wil beheren. Voor de Erfgoeddag koos ik een schilderij van de Lierse markt uit de 17de eeuw. Je ziet er allemaal mensjes die druk bezig zijn. Wij leven enkele honderden jaren later maar ik besef dat wij die erfenis uit het verleden als goede rentmeesters moeten beheren.’
Hier spreekt een historicus.
‘ Kúnsthistoricus. Ik studeerde af aan de KU Leuven in 1979 met een thesis over de Begijnhofkerk in Lier. Ik geef vandaag nog een paar uur les geschiedenis en esthetica in het Damiaancollege te Aarschot. Een beetje tegendraads, want ik ben nog van het oude type. Ik doceer. Maar mijn leerlingen schijnen dat absoluut niet erg te vinden. En wacht: de slinger slaat nog wel terug, je moet alleen maar lang genoeg wachten.’
U bent ook begaan met het geloven bínnen de te restaureren of gerestaureerde kerkmuren?
‘ Ik heb een emotionele band met de Begijnhofkerk en vind het heel spijtig dat daar geen levende gemeenschap in huist. De bisschop houdt mordicus aan de territoriale parochies en de pastoor aan zijn trouwmissen, terwijl de kapel van de Brug soms overvol zit. Sedert 2000 maak ik tijd vrij om te gaan zwemmen én om geregeld naar de Brug te komen. Mens sana in corpore sano. De sfeer, de liturgie. Weet je, ik ben een fanatieke kerkenloper: van boeddhistische tempels, Romaanse kerken tot de Saint Pauls in Londen of een protestantse kerk in Middelburg. Zo word ik ook aangetrokken tot de Brug. Dat is de reden waarom ik mijn eigen parochiekerk –het Heilig Hart- voorbijrijd, al geeft mij nog altijd dat gevoel van ‘vreemd gaan’. Maar ik hou aan de Brug, omwille van de muziek, de sfeer, de herbronning aan wat mensen zeggen, de vibratie die uitgaat van de mensen die er samen zijn.’
En u vindt er evenwicht?
‘ Ik denk er na hoe ik mij tot mensen verhou. Ik hou mij bewust achteraan, ik wil het ondergaan. Tot in mijn nabije familie zie ik nogal wat mensen depressief worden. Dat houdt mij bezig, hoe het zover kan komen, wat ik kan doen om mensen hun evenwicht te helpen hervinden. Dat is evengoed een uitdaging voor mezelf.’