Bezige Bij in Vliegende Brom-klassen: Marleen De Boo

Met twee achtergelaten boekentassen zwaaiend, luistert ze nog naar een moeder. En naar nóg een moeder. Dan dragen we een Zweedse bank uit de balletzaal waar ze net les gaf. Nu kan die deur dicht. Het is zaterdagnamiddag drie uur. Marleen De Boo’s schoolweek zit er op. We peuteren twee koffiebekertjes uit de automaat en gaan zitten voor een babbel. Alles ademt hier muziek, zoals het curriculum van Marleen: van Millegem kerk, over Borgerhout tot het Leuvense Lemmensinstituut waar ze na vijf jaar laureate muziekpedagogie werd en er nog drie jaar ‘koormuziek’ bovenop deed. Na tijdelijke opdrachten (‘Blokfluit leren spelen en muziek beluisteren met leerlingen haartooi en schoonheidsverzorging: echt tof!’) belandt ze in Lier.

‘Acht jaar geef ik al les in de Lierse muziekacademie. Algemene muziekcultuur voor de middelbare graad, samenzang en notenleer voor kinderen en volwassenen. En de Vliegende Brom-klas voor leerlingen die last hebben om de juiste toonhoogte te vinden. Daarbuiten dirigeer ik nog drie koren in Borgerhout.’

En op zondagmorgen een viering in De Brug.
‘ Ik was de jongste jaren al enkele keren gekomen omdat ik er iets aan had. Maar vanuit Borgerhout was het mij net iéts te ver om er regelmatiger bij te zijn. Tot Geert Hendrix vroeg of ik mee wilde dirigeren. Ik kreeg bedenktijd maar het volgende dat ik hoorde ... was dat ik op de beurtrol stond. Nu ben ik heel blij dat ik dit doe. Het is een kort en gebald uur. Alles ligt klaar, ik moet geen partituren bijeenzoeken. Iedereen rond zo’n viering heeft blijkbaar een klare taak, het loopt perfect. Ik stap erin, de mensen zingen en het klikt.’

Wanneer noem jij een viering geslaagd?
‘ Als iedereen meedoet en niemand buitenkomt met de vraag: ‘Waarover ging het nu ook weer?’ Ook het gemeenschapsgevoel tijdens de viering is sterk: dat uur samenzijn, samen iets doen en beleven. De opstelling rond de tafel draagt daartoe bij. Je gaat niet anoniem naar De Brug. Ik ben traditioneel katholiek grootgebracht. In Millegem kerk speelde ik een tijdje om de veertien dagen orgel. Voor twintig mensen die nauwelijks zongen. Begrijp je...?’

Heb jij een voorkeurslied?
‘ Wat mij heel diep raakt bij de voorbeden is ‘Hoor mij’. Daar ben ik altijd van gepakt. Het grijpt mij aan bij voorbeden geschreven door de mensen, over zaken die hen bezighouden. Mensen die op dat moment de behoefte voelen dat er aan hen gedacht wordt.’

En zijn er dingen waartegen je opziet?
‘ Voorlopig niet. De ene toespraak is al beter dan de andere, maar doorgaans vind ik die rationele manier van spreken over geloof en leven boeiend.’

Van een muzikante zou je denken dat die zich meer door emotionelere taal laat bekoren?
‘ Ik ben een rationele muzikante.’

Bij jou mogen we dus niét vals zingen?
‘ Muziek wil begrepen worden. Hoe ze is opgebouwd, hoe ze emotioneel werkt. Muziek is één en al techniek die zich toont. De teksten van Oosterhuis worden versterkt door Oomen en Löwenthal die ze op muziek zetten. Melodieën passen zich aan de emotie van de teksten aan en versterken ze.’

Welke muziek beluister je in de auto, op reis – als niets ‘moet’?
‘ Ik hou van muziek van alle tijden en van alle soorten. Als die maar tot de emotie spreekt. Renaissance, romantiek, pop. Als dat maar het gevoel aanspreekt, op een gestructureerde manier. Voor het lawaai van een aantal hedendaagse groepen bedank ik. Geef mij maar Bach, Brahms, koormuziek. Of goede popgroepen.’

Zoals?
‘ R.E.M., The Scene, Joan Armatrading.’

En buiten muziek ...?
‘ ... lees ik en beweeg ik graag tussen mensen. Of ben ik begaan met mijn straat. In ons straatcomité in de Borgerhoutse Stuyvenbergwijk zetten wij allerlei activiteiten op het getouw om mensen uit hun huis en bij elkaar te krijgen. Al was het maar door ze aan te moedigen bloemen op hun vensterbank te plaatsen. Tegen de angst voor vreemdelingen of veranderingen.’