Op zondag 4 september openden wij het nieuwe werkjaar met een feestelijke herinnering: het Leerhuis- en Liturgieproject, vorig jaar reeds tien jaar gehuisvest in 'De Brug', bestaat dit werkjaar vijftien jaar.
Bij de openingsviering herinnerde de voorganger hieraan en samen met 'Welkom jij en jij en die en die' mocht Kees Kok uit de Amsterdamse studentenekklesia de toesprakenreeks openen om te herinneren rond welke Godsnaam wij samenkomen: 'Erbarmend, Genadig, Lankmoedig, Rijk aan Liefde, Rijk aan Trouw'. Naar jaarlijkse gewoontje was het weerzien in de kapel en de kapittelzaal na de viering hartelijk.
Annemie Dillen herinnerde samen met Jezus Sirach (3,1-16) op 11 september de gemeente aan het oeroude 'Vader, moeder zult gij eren'. Ze zetten de toon van loyauteit tegenover de ouders -ondanks de verwondingen uit kindertijden- en werden daarin bevestigd door een mooi gedicht van Judith Herzberg.
Op 18 september duidde Dominiek Lootens de kracht van de herinnering van de joodse heilsgeschiedenis aan de hand van het boek Deuteronomium en op 25 september verhaalde Marc Van Laere over Jakobs droom (Gen. 28) en onze behoefte om sporen na te laten in de geschiedenis
Op 2 oktober opende Bruno Swinnen de waaier van Godsbeelden die het boek Job brengt. Na 'de beproevende God' verhelderde Paul Kevers op 9 oktober hoe de voorstelling van een straffende God (o.m. vertaald in het dogma van een rechtvaardige vergelding) maar kan overwonnen worden als men projecties terugneemt, door relationele groei en door het verwerven nieuwe inzichten. Door weg te groeien uit onbestemde schuldgevoelens via inzicht in bepaalde gedragingen.
Het liefst van al had Jo Vertommen op 16 oktober het hoofd gebogen en minutenlang gezwegen om niét te hoeven spreken over die ‘geweldige God’ die lijden schijnt toe te laten. Maar Job moedigde hem aan om diens inzicht te verhelderen: ‘Verwacht niet dat God je, omdat je je gelovig noemt, van onheil zal vrijwaren’.
Lieve Janssens zweeg helemaal op 23 oktober, wegens ziekte. Maar uit haar voorgelezen toespraak leerden we dat God Jobs vraag 'Wie ben je, dat je onheil toelaat?' omdraait en antwoordt: 'Wie is het volgens jou die de zee een halt toezegt, boze krachten afweert, ziektes tegenhoudt'? Als hij zijn mesthoop verlaat is Job niet langer de lijdzame klager. Niet zijn verzet tegen God herroept hij, wél zijn houding van 'in zak en as' te zitten.
Geert Hendrix herinnerde op 30 oktober aan onze geliefde doden van wie, met wie niets verloren gaat.
Met het verhaal van Jezus' verschijning aan het Meer na zijn Verrijzenis ('Houd je van mij, Petrus?') leidden Filip Zutterman en Myriam deze vieringenreeks in op 6 november. Op zondag 13 november verhaalden en hertaalden Matteüs en Myriam de parabel van de talenten. Geen pleidooi voor bange sukkelaars die alleen willen beveiligen wat ze hebben en zichzelf sussen met een onwaarachtig godsbeeld, maar een eresaluut voor wie leven wil naar de maat van Jezus' God en zijn rijk. Een ruime groep jongeren van het Gentse 't KUC vierde deze zondag mee. Op zondag 20 november verdedigde Herman Van den Eynde Abrahams goede faam die in Egypte in het gedrang komt. Ook helden laten zich nu en dan verleiden om op zeker te spelen en worden daarbij door 'farao's' weer de rechte weg naar de Stem gewezen
Met zicht op Kerstmis nodigt deze Adventsreeks ons uit om te groeien in waakzaamheid. Herman Wauters' toespraak bij Mc 13 nodigde daartoe uit met o.m. een fragment uit een Engelse hymne 'God be in my head, God be in my thoughts, God be in my mouth'. Waaraan Herman toevoegde 'God be in my hands' verwijzend naar ons jaarlijkse engagement voor de actie Welzijnszorg. Op zondag 11 december verhelderde Herman Tiebos een lezing van Jesaja en verbond ze met de zorg voor wie vandaag uitgesloten wordt, zoals het anderhalf miljoen landgenoten die onder de armoedegrens moeten leven.
Ter afsluiting herinnerde de voorganger nog aan een oude spirituele traditie voor deze Vastentijd: om bij het slapengaan in eigen hart te kijken en te zien wat lichtgevend was, wat duisternis schiep en wat goed was om uit handen te geven in het perspectief van het/de Eeuwige.
Over engelen en ‘Vreest niet’ sprak Ilse Dupont op 18 december in de laatste adventsviering van dit jaar. In de hoop dat wanneer we bang zouden zijn, of ons te klein of te zwak zouden voelen ook aan ons wordt gezegd: "Vrees niet, ik ben met u. En wat onvruchtbaar leek, kan toch vrucht dragen. Want voor de Eeuwige is niets onmogelijk".
Om middernacht was er op 24 december de kerstviering met een waarachtig kerstoratorium en een heldere toespraak van Johan Vanhoutte die ons allen op de eerste plaats voor de komende tijd een scherpere 'mindfullness', een grotere aandacht toewenste. O.m. verhalen uit de monastieke traditie en uit Afrika hielden ons ver voorbij middernacht wakker.
Precies op de eerste dag van het nieuwe jaar kondigt Jesaja bij monde van Mia De Walsche 'nieuwe dingen aan'. In tijden waarin het kwade sterker lijkt dan het goede spreekt Jahwe door: 'Blinden zullen zien, gevangenen worden bevrijd. Weest niet bang, Ik ben bij u.'
Op zondag 8 januari opende Goedele Van Broeckhoven de schrift bij Lucas' verhaal over de twaalfjarige Jezus in de tempel. Een Jezus die 'in de dingen van zijn Vader moest zijn', ondanks de voorspelbare ongerustheid van zijn ouders. Wie de Mensenzoon wil terugvinden, moet in die tempel gaan zoeken: daar waar ook zij in de dingen van zijn Vader kunnen zijn.
De laatste viering van de reeks, op 15 januari, werd verrassend geopend door de bekentenis van de voorganger dat hij één aflevering van 'The Swan' volgde op TV, waarbij vrouwen hun uiterlijk lieten 'restaureren' maar zichzelf pas op een allerlaatste moment in de spiegel mogen bekijken. Zich aan zichzelf mogen openbaren. Zo een effect wilde deze zondag Johannes met zijn Openbaring ook bereiken: openbaren wie je bent in confrontatie met het Woord, met de Eeuwige. Herman Van den Eynde verzorgde hieromtrent de schriftuitleg.
Karel Staes palmde de kapel in met een sterke duiding van de geest van psalm 91 en Johannes 14 bij de eerste viering op 22 januari. Geen God die sterk en overdonderend en buíten onze levens met zekere hand stuurt, niet zo'n God aanbidden wij, maar een God die ons 'ten diepste overstijgt'.
Op 29 januari onderhield Ruud Roefs ons vanuit franciscaans perspectief over psalmen 23 en 104. Vertrouwen wekkende psalmen in Gods nabijheid en zijn almacht in de natuur.
De reeks werd zingend, lezend en luisterend afgesloten met psalm 73. Geert Hendrix zong de toespraak in, toornend tegen de vijanden (tot en met zijn tandarts) om dan mét psalmist Asaf de omslag te maken naar het aanvaarden van gevoelens van negativiteit. De psalmist noemt zichzelf 'redeloos' in zijn woede op zijn vijanden maar erkent dat ook daarmee hij tot een 'Ander' spreekt, een Ander die hem aanvaardt zoals hij is.
'Hoe meer ik bevrijd word van de valse goden die zich gesetteld hebben in mezelf, hoe meer Gods liefdevolle blik mij innerlijk kan ontdooien, des te meer kan ik voor anderen levengevend zijn. Zou dát échte liefde zijn?' vroeg Ilse Op de Beeck zich af in de eerste viering. Geïnspireerd op Karel Staes' vertaling van psalm 139 . Op 19 februari vertaalde Mia Loots 1 Johannes en psalm 139 naar deze grote liefde: Gods verlangen naar ons, wij die zijn uitzicht zijn op nieuw, breder en voller leven.
Na de Aswoensdagviering op 1 maart opende op 5 maart de reeks rond gehoorzaamheid met Petrus' eerste brief, geïnterpreteerd door Herman Wauters. Op zondag 12 maart -in aanwezigheid van de Broederlijk Delen-gaste Meriam Bravante- vertelde Patrik Perquy over Abrahams offer met als uitdagende herinnering: 'Er zit altijd een ram in de struiken'. Anja De Keyzer vroeg zich op 26 maart af hoe gehoorzaamheid aan een straffende God rijmt met ons aanvoelen wat het 'goede' is. Hoever te gaan in gehoorzaamheid als de ballinschap nabij is? Om het met haar dochters te zeggen: 'Houdt Jezus nog van ons, ook als wij stout geweest zijn?'
Op Witte Donderdag, Goede Vrijdag en in de Paaswake zongen wij de kern van ons geloof uit. Tijdens de Paaswake dirigeerde Tom Löwenthal de Cantorij en hield Bruno Swinnen de toespraak.
Op zondag 23 april -de zondag van de Stille Mars om Joe Van Holsbeeck- leidde Eddy Kerkhof ons op een bevattelijke en heldere manier binnen in de moeilijke Paulus en zijn Romeinenbrief, omtrent de rechtvaardiging door het geloof en omtrent de kernvraag: 'Of wij van Jezus' familie zijn?'
Op zondag 30 april verklaarde Lea Verstricht hoofdstukken 12 en 13 uit de Romeinenbrief waarin Paulus christenen de weg wijst naar Léven: 'Heb de ander lief als zelf' en wat dat concreet betekenen kan.
In de slotviering -tevens de doopviering van Quinten en Saar- ontroerde de Apostel Paulus zelfs met zijn persoonlijke groeten aan zijn 'geliefden, heiligen en volksgenoten' in Rome. Goedele Van Broeckhoven, soms overstemd door de jongsten in de kapel, duidde: 'De cirkel wordt altijd maar wijder en wijder om de eindigen met:“Groet elkaar met de heilige kus” en “alle gemeenten laten u groeten”. Paulus is de man geworden die gelooft in een wereldwijde beweging en die gemeenten met elkaar verbindt via groeten over en weer.'
De tragische Saul met daaronder De openingsdienst op 14 mei werd ingeleid door Myriam, Geert en een lange lezing die Sauls uitverkiezing in het licht stelden. Een uitverkiezing tégen de zin van Jahweh en zijn profeet Samuel. Het volk kiest voor een structuur met een leider en dreigt de inspiratie van de Uittocht en de tocht met de Ark te laten verkalken. Bart Paepen verhelderde op 21 mei hoe koningen zich vastklampen aan macht en verblind worden. Ideologie dreigt het te halen van gerechtigheid en liefde als Saul dreigt 'uit principe' zijn zoon Jonathan te doden omdat die een eed had overtreden. De redding komt in laatste instantie van het volk dat een langer geheugen en een grotere wijsheid heeft dan de koning. De laatste dienst cirkelde rond het tragische einde van koning Saul. Ilse Dupont taste naar de angst, naijver en verstarring die hem de dood indreven.
Op Pinksterzondag werden Bas en Jozua van toeschouwers tot jonge medewerkers aangesteld in de gemeente. Zij ontstaken het licht, vormden de binnenste kring bij het Onze Vader en deelden brood en wijn rond.
Drie vieringen sloten het werkjaar af met de verwijzing naar het maaltijd houden. In de laatste viering legde Wilfried Rossel de gemeente de brief van Paulus aan de Korinthiërs voor waarin hij zich ergert aan de opdeling van gemeenteleden die het goed stellen en anderen die in het 'atrium' de maaltijd moeten nuttigen.