Samen met Jeanne vertelde Marleen Van Volsem op 30 mei over het samenleven van een gemeenschap in De Ark te Boechout. Op 6 juni sprak Tom Claus over Jezus en de heilige Damiaan De Veuster. Op verkiezingszondag 13 juni vertelde zuster Liliane Eeckhout van de Bruggemeenschap over haar en Augustinus' credo: 'God is liefde'. Matteüs 25 ('Wanneer heb ik u dorstig gezien?') was haar leidraad. Op 20 juni besloot deze vieringenreeks met een begeesterende schriftuitleg van prison trotter Jan De Cock over Lc 4: aan gevangenen bevrijding aankondigen. Op 27 juni zette Bruno Swinnen het lied 'Gij Levende' in de verf als orgelpunt van een mooi liturgisch jaar. Hij bouwde dat orgelpunt op basis van het roepings- en zendingsverhaal van Abraham.
Geert Hendrix voltooide op 23 mei de lijn die loopt van Aswoensdag tot Sinksen, de 'spiegel van Pasen' na vijftig dagen.
De nieuwe reeks tussen Pasen en Pinksteren zette in met de parabel van de arbeiders van het elfde uur (Mt 20, 1-16). Marc Van Laere herinnerde op 2 mei aan de ware gerechtigheid van de wijngaardenier. Bruno Swinnen pleitte in naam van Jeremia op 9 mei voor de kleine goedheid om het kwaad het hoofd te bieden. Márnix Vanlangenaeker besloot op 16 mei met de zaligsprekingen en wee-uitroepen uit Lucas.
De drie diensten omtrent heilige plaatsen vandaag werden op 11 april ingezet met de toespraak van Anne-Mie Castelein. Vanuit Mt 6, 1-4 vertelde zij over slachtoffers van misdrijven die opstaan door gerechtigheid en vrede te hervinden. Op 18 april vertelde Lydia De Wolf vanuit Exodus ('Het brandende braambos') over haar persoonlijke ervaringen in palliatieve zorg. Riet Smulders bracht haar eigen levensverhaal met een Nigeriaanse vluchtelinge en een eigen schilderij mee op 25 april. Die volstonden om de drie verzen van Lc 13 om de ontmoeting van Jezus met de kromgebogen vrouw te laten herleven.
Een sterke, gedragen Palmviering op 28 maart luidde de Goede Week in. Mia De Walsche becommentarieerde de voetwassing op Witte Donderdag (1 april), schilderijen van een kruisweg uit Westvleteren omkaderden de Goede Vrijdagdienst (2 april) en Egbert Roozen belichtte de zoektocht van de leerlingen, in het bijzonder van Maria uit Magdala in het Johannesevangelie, dat tijdens de Paaswake (3 april).
In een lange belijdenisviering op 21 februari verklaarde Lea Verstricht Deuteronomium 26. Wilfried Rossel was net als Abraham de week daarna, op 28 februari, directer: in Genesis 15 herhaalt JHWH zijn verbond en neemt Abraham hem op zijn woord. Paul Kevers parafraseerde op 7 maart de beschrijving in Exodus 3 van de ontmoeting van Mozes met de Naam in het Brandende Braambos. Zowel Eddy Kerckhof op 14 maart (Jozua 5) als Goedele Van Broekhoven op 21 maart (Jesaja 43) legden al bruggen naar de Goede Week en Pasen. Het eerste paasfeest in de vlakten van Jericho en De nieuwe uittocht klonken als prelude op de daaropvolgende weken.
Op de laatste dag van januari trakteerde Chris Cambré op wat hij liefst doet levenslang: tekenen, zingen en rekenen. De mooiste muziek voor hem -de vier laatste liederen van Richard Strauss- kreeg de kapel er extra bij. De week daarop, 7 februari, ontroerde regisseur Bart Vannuffelen de kapel met zijn verhaal over de ontdekking van schoon-heid in mensen rond een Antwerps plein, in de oude Margriet die terug zingt en toetsen bespeelt. Schoonheid waaruit theater geboren wordt. Op Valentijns 14de februari schiep Lucia Lebon aandacht voor het woord, om net als haar 'een hart met oren' te krijgen.
Egbert Rooze vergeleek en actualiseerde nogmaals op 17 januari de dwaze en wijze maagden uit de Bijbel. Mieke Van Beeumen vond op 24 januari in Jezus Sirach woorden van bevrijding in de schepping.
Te inleiding van deze reeks sprak Mia De Walsche op 27 december over Mc. 14, 12-21, Jezus geeft aanwijzingen aan zijn leerlingen om het paasmaal in een huis te houden. Eddy Kerckhof las op 3 januari 2010 van Paulus in 1 Kor 11 hoe de eerste christen gemeenten bedoeld waren om voor iedereen, rijk én arm, de gedachtenismaaltijd te houden. Op 10 januari zorgde het winterweer alweer voor een geringe opkomst, al boeide Fred Sels nochtans alle aanwezigen met inspiratie om “vrijer en lichter te leven”.
De Kerstdienst werd op 24 december om 23u voorgegaan door Bruno die o.m. hoopvolle tekenen zag in nieuwe gevoeligheid bij de jeugd. Myriam Van den Eynde maakte een bezorgde analyse van onze tijd en vroeg de verzamelde gemeente naar haar gemeend 'ja' aan Adonai.
Op 29 november werd de kapel begroet door rabbijn Aaron Malinsky die met de Talmoed in de hand de joodse Messiasverwachting vertolkte. 'Leben und Weben' was het leitmotiv van Geert Hendrix op 6 december toen hij Bachs gelovige interpretatie van Jezus' leidsman verhelderde met Rom 8 en kantate BWV 147 'Wohl mir, dass ich Jesum habe' als lichtbakens. Geert Van Oyen openbaarde op 13 december verschillende paradoxen omtrent de Messias die wij verwachten en al nabij weten in het Marcusevangelie. In een bijna ondersneeuwde dienst op 20 december besloot Marc Van Laere de Messiasreeks met Matteüs 24. De Mensenzoon komt op de Laatste Dag en verhoopt alerte, waakzame volgelingen te vinden.
Lieve Janssens parafraseerde op 8 november het schandelijke gedrag van een Leviet met zijn bijvrouw, naar het boek Rechters 19. Op 15 november vroeg Annemie Lauryssens zich af wat voor een vader Jefta is (Rechters 11) dat hij zijn dochter niet bij naam noemt, haar liefde niet herinnert en zijn eigen macht van JHWH probeert af te dwingen. Mia De Walsche tenslotte belichtte vanuit Genesis op 22 november de figuur van Hagar.
Filip Zutterman sprak op 1 november in de gedachtenisviering aan de hand van een liedtekst.
Op werelddierendag, dag van de H. Franciscus, 4 oktober, stonden we stil dankzij psalm 15 en Lea Verstricht bij de schepping en onze verantwoordelijkheid. Kregen we de opdracht te ‘beheren’ of te ‘beheersen’? Franciscus leert ons alvast dat alle schepselen onze broeders en zusters zijn, onze evenknieën. Een oproep om bereid te zijn zo in de wereld te staan dat we een belevingsniveau delen met ‘bomen en landschappen’. 'In den beginne was de aarde woest en leeg.' Dat inspireerde Egbert Rooze op 11 oktober om de schepping als een tegendraads verhaal te lezen. Als een opdracht om mensen te worden die beeld en gelijkenis van God zijn. Christine Wauters vertrok op 18 oktober vanuit de film 'No country for old men' om te zoeken naar de hoop die het tweede scheppingsverhaal bergt. Wie weet heeft van de bomen van het leven en van goed en kwaad krijgt een aanzet van antwoord op een wereld die Gods scheppende adem wil miskennen.
Bert Evens leidde op 13 september de vieringenreeks rond innerlijkheid en de zoektocht naar een 'stille God' in vanuit zijn ervaring als godsdienstleerkracht. Enkele ogenblikken verleidde hij de kapel met een introductie in een stilte- een aandachtsoefening. Geert Van Malderen getuigde op 20 september wat christelijke meditatie kan betekenen, met een verwijzing naar de weg die monniken gaan, een verwijzing naar John Main en de vruchten van de Geest.
Op 6 september ging het nieuwe werkjaar van start met psalm 25 ('Van mijn ellende keer je niet af') en Ezechiël 34, 11-16. Geert Hendrix ijkte de godsnaam aan de diepte van ons bestaan. Wij hunkeren naar bevrijding en ontferming. En naar aanvaarding in elke ellende. Omdat 'geloven betekent de moed te hebben te aanvaarden dat wij aanvaard zijn' (Paul Tillich).